![]() |
||
| |
Edna St Vincent Millay “Wie mij ooit heeft gekust, waar en wanneer” Wie mij ooit heeft gekust, waar en wanneer, Op welke arm ik sliep, ik weet het niet. Maar deze avond tikken, nu het giet, De geesten tegen ‘t raam, zij gaan tekeer En leggen zuchtend vragen bij me neer; En in mijn hart ontstaat een stil verdriet, Want nooit meer klinkt rond middernacht het lied Van de vergeten vrienden van weleer. Zo staat er ook een boom, ‘s winters, alleen, Die wel weet: het gekwetter is voorbij, Maar niet wie zijn gevlogen, één voor één. Ik weet niet welke minnaar kwam en ging; Ik weet slechts dat de zomer ooit in mij Gezongen heeft, maar dat hij niet meer zingt. (Vertaling: Arie van der Krogt) |