Goed kwaad
Al jarenlang is Rotterdam verdeeld. De arrogante vrijkaartjespenoze Heeft Rotterdammers uit elkaar gespeeld; Nog steeds verkeert de stad in een psychose.
Nog altijd is er opgekropte woede Die bedding vindt in vreemdelingenhaat: Wij als de blanke hoeders van het goede. Zij als de waterdragers van het kwaad.
Zo zuigt de stad het vuil op als een spons. Als er alleen maar ruimte is voor ik Verdelen wij onszelf in wij en zij.
Ik zie ons snakken naar het ogenblik Dat onze harten zijn gelucht en wij De ander kunnen zien als één van ons.
(Denkmee sonnet in Rotterdams Dagblad van 5 mei 2004)
|