Meer over Arie van der Krogt Neem contact op met Arie van der Krogt Bestel cd's van Arie van der Krogt
Arie van der Krogt
Startpagina
Zoeken
 
Stuur deze pagina door
Print deze pagina

As I walked out one evening,

  

As I walked out one evening, / Walking down Bristol Street, / The crowds upon the pavement / Were fields of harvest wheat.


And down by the brimming river / I heard a lover sing / Under an arch of the railway: / "Love has no ending.



I'll love you, dear, I'll love you / Till China and Africa meet, / And the river jumps over the mountain / And the salmon sing in the street,


I'll love you till the ocean / Is folded and hung up to dry / And the seven stars go squawking / Like geese about the sky.


'The years shall run like rabbits, / For in my arms I hold / The Flower of the Ages, / And the first love of the world."



But all the clocks in the city / Began to whirr and chime: / "O let not Time deceive you, / You cannot conquer Time.
 


In the burrows of the Nightmare / Where Justice naked is, / Time watches from the shadow / And coughs when you would kiss.


In headaches and in worry / Vaguely life leaks away, / And Time will have his fancy / To-morrow or to-day.


Into many a green valley / Drifts the appalling snow; / Time breaks the threaded dances / And the diver's brilliant bow.


O plunge your hands in water, / Plunge them in up to the wrist; / Stare, stare in the basin / And wonder what you've missed.


The glacier knocks in the cupboard, / The desert sighs in the bed, / And the crack in the tea-cup opens / A lane to the land of the dead.


Where the beggars raffle the banknotes / And the Giant is enchanting to Jack, / And the Lily-white Boy is a Roarer, / And Jill goes down on her back.


O look, look in the mirror? / O look in your distress: / Life remains a blessing / Although you cannot bless.


O stand, stand at the window / As the tears scald and start; / You shall love your crooked neighbour / With your crooked heart."


It was late, late in the evening, The lovers they were gone; / The clocks had ceased their chiming, / And the deep river ran on.

 
 

Ooit ben ik op een avond

  

Ooit ben ik op een avond

Naar Bristol Street gegaan,

De straat met al die mensen

Leek een veld met golvend graan.

 

En beneden bij de kade

Onder de brug van het spoor

Zong een man een liefdeslied

“Liefde gaat nooit teloor.

 

Ik hou, mijn schat, ik hou van jou,

Tot de Rijn over de bergen springt

Tot China en Afrika één zijn

Tot de zalm een liedje zingt.

 

Ik hou van jou, todat de zee

Aan de waslijn hangt te drogen

Tot de sterren van de Grote Beer

Als ganzen zijn weggevlogen.

 

Laat de jaren maar rennen als hazen,

Nooit raak ik mijn liefste kwijt:

De liefste van de wereld,

De bloem van elke tijd.”

 

Maar in de stad gaven klokken

Met Bim-Bam-gelui te verstaan:

“Laat Tijd je niet bedriegen,

De tijd is niet te verslaan.

 

In het hol van de enge dromen

Waar rechtvaardigheid weerloos is

Zit de Tijd in het donker te loeren

En kucht als jij hem kust.

 

Door de pijn in je hoofd en je zorgen

Wordt je leven vager dan vaag,

De Tijd neemt wat hij wil,

Morgen of soms al vandaag.

 

Het zijn meestal de groenste dalen

Waar de sneeuw zich het verst in dringt,

De Tijd verbreekt de reidans

En de boog van de duiker die springt.

 

O  Steek je handen in het water,

Tot je polsen en kijk wat je ziet;

Kijk naar jezelf en vraag je af:

Wilde ik dit of niet?


De gletsjer kraakt in de gangkast,

En in bed zucht de woestijn,

De barst in de theepot is de laan

Naar het land waar de doden zijn.

 

Als de armen het geld gaan verloten

En Hans door de heks wordt verleid.

Als de Kleine Prins een brulaap is,

En Grietje haar benen spreidt. 

 

O kijk, kijk dan in de spiegel

Naar de wanhoop die je daar ziet;

Het leven blijft een zegen,

Maar zegenen doe je het niet.

 

O sta, sta voor het venster

Met je tranen van hevige smart;

Bemin je ellendige naaste

Met je ellendige hart.”

 

Het was laat, laat op de avond

Het liefdespaar was ervandoor

Geen klokkengelui, alleen de rivier,

De diepe rivier stroomde voort.

 

 

 

(Vertaling: Arie van der Krogt)