Sonnet 26
Heer van mijn liefde, die ik trouw zal eren,
Jouw goedheid bindt mij immer meer aan jou.
Ik schrijf je dit, niet om te demonstreren
Hoe goed ik schrijf, maar als een blijk van trouw.
Een trouw zo groot, maar altijd naakt en iel,
Als ik met woorden haar beschrijven moet;
Ik kan alleen maar hopen dat jouw ziel
Mijn naaktheid met een warm onthaal begroet.
Pas als een ster, die mij hier vergezelt,
Mij met haar licht genadig zal belonen;
Als al mijn liefdeslompen zijn hersteld,
Ben ik het waard om mij aan jou te tonen.
Dan schep ik op hoeveel ik van je hou
Tot dan wens ik mij niet gekeurd door jou.
(Vertaling: Arie van der Krogt)
Terug naar Sonnetten van Shakespeare
|