Sonnet 28
Hoe krijg ik in mijn leven weer geluk
Als na de dag er geen ontspanning wacht?
's Nachts voel ik nog de dagelijkse druk
En overdag de zwaarte van de nacht.
Hoewel zij, Dag en Nacht, elkaar belagen,
Word ik door beiden, hand in hand, gekrenkt.
De ene laat mij reizen, d'ander klagen
Dat elke reis mij verder van jou brengt.
Ik troost de dag dat jouw verlichte pracht
Ook bij een zwaarbewolkte hemel schijnt.
Zo vlei ik ook de zwartgeverfde nacht,
Hoezeer jij straalt als 't sterrenlicht verdwijnt.
Maar elke dag verlengt de dag mijn smart;
Terwijl de nacht mij 's nachts met droefheid tart.
(Vertaling: Arie van der Krogt)
Terug naar Sonnetten van Shakespeare
|