Sonnet 3
Zeg in de spiegel tot je spiegelbeeld:
Er dient voor mij een ander ik te komen;
Want anders is de wereld uitgespeeld
En wordt een vrouw haar zegening ontnomen.
Want wie is er zo mooi dat ze verbiedt
Dat jij haar maagdelijke grond ontgint?
En wie zo dwaas dat hij zijn leven niet
Verlengt door voort te leven in een kind?
Jij bent je moeders spiegel en in jou
Ziet ze haar eigen lentetijd weerom.
Zo wordt jouw jeugd straks weer door jou aanschouwd,
Dwars door de rimpels van je ouderdom.
Want als je leeft en niet je leven deelt,
Sterf je alleen, en sterft je spiegelbeeld.
(Vertaling: Arie van der Krogt)
Terug naar Sonnetten van Shakespeare
|