Sonnet 4
Waarom gebruik je slechts voor jou alleen
De schoonheid die je erfde, want je weet
Dat de natuur haar gaven enkel leent,
Niet geeft, maar leent aan wie ze goed besteedt.
Waarom verspil je, vrek, jouw erfenis,
Die je geschonken werd om vrucht te geven?
Jij potverteert de rijkdom die er is;
Waar blijft dan jouw vermogen om te leven?
Doordat je met jezelf slechts handel drijft,
Bedrieg je enkel zelf je eigen zaak.
Hoe groot is dan de winst die overblijft,
Als straks de rekening wordt opgemaakt?
Verspilde schoonheid eindigt in jouw kist;
Alleen benut geeft het een erfenis.
(Vertaling: Arie van der Krogt)
Terug naar Sonnetten van Shakespeare
|