Sonnet 7
Zie, als het schitterende oosterlicht
Met vlammend hoofd boven de kim verrijst,
Hoe ieder mens de blik naar boven richt,
En aan die majesteit zijn eer bewijst.
Als hij de steile hemelrug beklimt
En zijn volwassen kracht laat zien, dan nog
Wordt hij door elke sterveling bemind
En volgt men trouw zijn gouden pelgrimstocht.
Maar trekt hij kreupel ná het hoogste punt
Zijn zware kar naar 't einde van de dag,
Dan wordt geen blik van eerbied hem gegund
En wendt men zich van zijn teloorgang af.
Als jij jouw kar naar 't levenseinde trekt,
Dan kijkt geen mens - als je geen zoon verwekt.
(Vertaling: Arie van der Krogt)
Terug naar Sonnetten van Shakespeare
|