Sonnet 8
Muziek ben jij, waarom dan droevig leven?
Vreugd geeft toch vreugde, zoetheid maakt toch zoet?
Waarom betreur je wat je werd gegeven
Of geef je slechts om wat jou treuren doet?
Wanneer het samengaan in zuiverheid
Van klanken jou zo ergert en verveelt,
Beschouw dat enkel als een zacht verwijt
Dat jij jouw rol in eenzaamheid verspeelt.
Voel maar de trilling tussen snaar en snaar
En hoe ze samengaan in harmonie;
Als vader, kind en moeder - met elkaar
Zingen zij samen toch één melodie.
Hun woordloos lied, veelstemmig en toch één,
Vertelt je dit: alleen is maar alleen.
(Vertaling: Arie van der Krogt)
Terug naar Sonnetten van Shakespeare
|