![]() |
||
| |
VeranderlijkheidGeorge Herbert (1593 – 1633)
Wat is een mens voor iets? Toch geen figuur Waarvan veel rust uitgaat. Het is of hij uit twintig man bestaat, Twintig per uur! Wie eerst als hoogste goed de hemel eert, Bekruipt al snel de angst Dat laf degeen is die, voor zonden bang, Genot afzweert. Nu eens kiest hij voor oorlog en voor strijd, Dan voor een vredesmaal En zoete rust. Eerst vindt hij geld banaal, Dan zuinigheid. Al wat hij bouwt vervalt, want rond hem woedt Een krachtige orkaan, Die alles sloopt; zo zal het ook wel gaan In zijn gemoed. Het zou wat zijn als onze jas verried Wie wij van binnen zijn; Zoals je aan de huid van een dolfijn Zijn wensen ziet. Wanneer je kijken kon in ieders hart, Dan was er echt niet een Die handel dreef, dan leefde men alleen, Ieder apart. O Heer, één schepping slechts in ons bestaan, Is dat wat u ons biedt? Hernieuw ons elke dag, opdat wij niet Verloren gaan. (Vertaling: Arie van der Krogt) |