![]() |
||
| |
Wally Elenbaas
Eindelijk gerechtigheid. Vandaag krijgt Wally Elenbaas de belangrijkste prijs van de gemeente Rotterdam, de Wolfert van Borsselen. Terecht, want Elenbaas is de grootste Rotterdamse kunstenaar van de 20ste eeuw. En omdat er daarvoor en daarna geen grotere kunstenaars waren, is hij tevens de grootste Rotterdamse kunstenaar aller tijden. Waarom? Omdat men een groot kunstenaar altijd direct herkent aan zijn werk: Vincent van Gogh aan zijn penseelstreek, Picasso aan de manier waarop hij neuzen schildert en Wally Eelenbaas aan zijn vorm. Wally Elenbaas werd kunstenaar door de economische crisis van 1929. “Beter een werkloos kunstenaar, dan een werkloze boekhouder” dacht hij en hij werd lid van de “Vereeniging van Arbeidersfotografen”. Zijn beroemdste foto uit die tijd bestaat uitsluitend uit woorden. Grote witte letters vormen de leuze “FASCISME IS MOORD”. Grafitti avant la lettre, gekalkt op de muur van Delftse Poort aan het Hofplein. De fotografie bracht hem ook in contact met Esther Hartog, zijn levenspartner. Ze reisden samen, werkten samen en fotografeerden samen. En hij fotografeerde haar, meestal op één van die ogenblikken die Paul Valéry zo treffend omschrijft als: “Un sein nu entre deux chemises”. Elenbaas: “Meestal is onze dag vanaf het opstaan gevuld. Dan is er geen tijd voor een foto. Fotograferen kan alleen tijdens onthaaste dagen, want kunst ontstaat op momenten dat er niets gepland is en er niets te doen is.” Elenbaas fotografeert als de tijd even niet oplet. In december 1944 betrokken ze een oud pand op Katendrecht. Het was door een bom beschadigd en met planken dichtgetimmerd. Op deze plek voelde Esther zich veilig. Zij bleef daar tot haar dood in 1998. Wally woont er nog steeds. Ook na de oorlog. Hij maakte foto’s en schilderijen, etsen, litho’s, zeefdrukken en wandreliëfs. Hij kreeg grote opdrachten van Unilever en Philips en ontwierp een groot mozaïek voor het Provinciehuis in Arnhem. Hij leide ons als een veerman de Wederopbouw door.
Prachtig is het zelfportret dat Wally rond 1985 maakte. Hij heeft een pleister voor zijn linkeroog. Zijn handen hebben het toestel in een houdgreep en precies op het moment dat we kijken, klikt hij. Zo lijkt het, maar dat is een illusie. Want niet wij kijken, maar hij kijkt. Hij tuurt door de zoeker en kijkt in onze richting. Door de lens heen. Onze kant op, maar niet naar ons, want wij zijn er niet. Hij kijkt in een spiegel en ziet zichzelf. Het ooglapje zit niet voor zijn linker-, maar voor zijn rechteroog. Hij is object en subject tegelijk. Ons westers denken is gebaseerd op polariteit, waarbij de ene pool zich losmaakt van de andere. Het goede staat los van het kwade, liefde van erotiek, de “ik” van “de ander”. Deze denkwereld, gebaseerd op het gedachtegoed van René Descartes, vormt de grondslag van de moderne wetenschap, die alle objecten bestudeert als zelfstandige grootheden. Het zelfportret van Elenbaas laat zien dat het lang niet altijd waar is. Dat een object ook subject kan zijn. En zo voert hij ons terug naar de oorspronkelijke verbinding en maakt hij de cirkel rond.
|