Sonnet 1
Het mooiste moet aan schoonheid leven geven,
Opdat de schoonste bloem, de Roos, niet sterft,
Maar door de tijd verteerd, voor ons blijft leven
Omdat een tere loot haar schoonheid erft.
Maar jou boeit slechts het licht in eigen ogen.
Je brandt daarvoor je eigen brandstof af;
Jij, die je levensbronnen laat verdrogen
En wreed jezelf als ergste vijand straft.
Hoewel je eigenlijk een sierraad bent,
Een lentebode met een nieuw geluid,
Verberg je al je rijkdom als een krent,
Die gierig sparend zijn bezit verbruit.
Verspil niet wat de wereld aan je gaf;
Verstop het niet in jou en in je graf.
(vertaling: Arie van der Krogt)
Terug naar Sonnetten van Shakespeare
|