Sonnet 63
Voordat mijn lief mijn lot zal ondergaan:
Gegeseld worden door de wrede Tijd;
Voordat de lijnen op zijn voorhoofd staan,
In diepe groeven - als zijn jeugdigheid
Ooit aan de einder van de avond staat;
En wat hij ooit aan schoonheden bezat,
Is weggevlucht of aan het vluchten slaat
Met medenemen van zijn lenteschat;
Voordat het zover is, bouw ik een fort;
Zodat, als ooit de Tijd met zeis zal komen,
Zijn aandenken niet weggesneden wordt,
Al wordt zijn leven door de Tijd genomen.
Zijn schoonheid staat hier zwart op wit beschreven;
En eeuwig zal hij, groen als lente, leven.
(Vertaling: Arie van der Krogt)
Terug naar Sonnetten van Shakespeare
|