![]() |
||
| |
Hymne aan God de VaderVergeef de zonden die in dit bestaan Aan het begin mij zijn gegeven, Heer. Vergeef de zonden die ik heb begaan, En die ik steeds bega ook, keer op keer. En doet U dat, dan is het niet gedaan, Want er is meer. Vergeef wat anderen hebben misdaan, Door mij: ik bracht ze tot die zonden, Heer. Vergeef de zonden die ik kon weerstaan, Misschien voor één of twee jaar, maar niet meer. En doet U dat, dan is het niet gedaan, Want er is meer. Mijn zonde is de vrees dat dit bestaan Aan ’t einde ophoudt bij een oever, Heer. Verzeker mij dat daar uw Zon zal staan Zo stralend licht als nu en als weleer. Want doet U dat, dan is alles gedaan: Ik vrees niet meer. |